Alida Tromp, een verre verwant van Dionne van Milaan, werd op 8 november 1671 te Delft gedoopt. Ze overleed in april 1703, een maand na de geboorte van haar zoon.
Klik hier om het item over Alida uit de uitzending te bekijken (Windows Media Player).
Alida Tromp is de puissant rijke kleindochter van Maarten Tromp. Net als haar andere familieleden leeft ze van het fortuin dat haar grootvader heeft vergaard. Maar een rijk leven betekent nog geen zorgeloos leven… .
Op basis van notariële stukken en testamenten is haar leven enigszins te reconstrueren:
Alida wordt met een gouden lepel in de mond geboren in Delft. Daar blijft ze bijna haar hele leven ongehuwd wonen totdat haar zuster sterft. Dan verhuist ze naar slot Beresteyn (bij Den Bosch) en trekt ze in bij de rijke weduwenaar van haar zus: de 55 jarige Thomas van Beresteyn. Waarschijnlijk doet ze dit om hem bij te staan in de zorg van de kinderen. Maar daar blijft het niet bij... .
Bloedschande
Alida (32) wordt zwanger van hem. En dat is een probleem. Niet alleen zijn ze niet getrouwd, het is ook “bloedschande”. Iedereen die aan elkaar verwant is tot in de vierde graad, mag door een verbod van kerk en staat niet met elkaar trouwen. En dat gold ook voor schoonzus en zwager. Voor de familie Tromp zou de verboden zwangerschap een schande zijn. Voor Alida is het een drama.
Het drama van haar zwangerschap kunnen we terugvinden in de archieven. Als ze vijf maanden zwanger is, stelt Alida namelijk een testament op. En daarin staat iets opmerkelijks: Alida spreekt niet van haar zwangerschap (dat mag immers niemand weten) maar zinspeelt op een naderende dood:
“Dat mijn broers, zusters, zwagers, neven of nichten of andere vrinden aan mijn zwager Beresteyn de minste reden zullen hebben te vragen waar hun zuster gestorven is ende begraven. Waarom hebben wij niet bij de begrafenis mogen wezen? En van wat voor ziekte is ons zuster gestorven?”
Is Alida echt ziek? Of wil ze niet leven met de schaamte? Dat blijft onduidelijk. Zeker is wel dat Alida in haar eentje vertrekt naar een vreemde stad: Amsterdam.
Nieuw leven en dood In Amsterdam blijft ze in de archieven ontraceerbaar tot de geboorte van haar zoon. Op 23 maart 1703 wordt hij gedoopt in de Oude Kerk. Beide ouders zijn in de kerk afwezig. Hij krijgt niet de achternaam van zijn ouders maar een hele nieuwe naam: Paulus Gijsberti. Een combinatie van de voornamen van zijn grootvaders.
Op 4 april (twee weken na de geboorte) sterft Alida alleen in de voor haar vreemde stad. In haar testament heeft ze geregeld dat zij in alle anonimiteit wordt begraven.
“dat ik begere, waar ik kom te sterven, mijn lichaam in allerstilste ter aarde zal werden bestelt, in de stad daar ik zal komen te overlijden op naam van Alida N.N. als zijnde een vreemde juffrouw,”
Paulus Gijsberti
Wat gebeurt er met haar zoon Paulus? Na de dood van zijn moeder komt hij niet terecht in een weeshuis. Hij komt bij een gezin te wonen en wordt opgeleid tot assistent-notaris, waarschijnlijk door toedoen van zijn familie. Hoewel hij de familienaam niet draagt, blijkt wel dat hij contact met de familie heeft. Zo eindigt hij als ontvanger der accijnzen in Lommel. Een niet onaanzienlijke positie voor een `natuurlijk kind`( een bastaard).
Links en literatuur:
|