Voedsel.Om even een heel ander onderwerp aan te snijden, wat kwam er bij Cornelis (1530) en Wouter (1558) en ook bij de eerste Wouter in 1511 en evenals bij de latere Cornelis uit 1610 (de gezworene uit Bergambacht) in die tijd als voedsel op tafel, wanneer er tenminste iets te eten was? Ik heb hierover, om een idee te krijgen, het onderstaande interessante stukje gevonden.
De 'Zwarte Dood', de pest-epidemie die rond 1350 Europa teisterde, reduceerde de Europese bevolking met 30 tot 50 procent. Dat had grote gevolgen voor de voedselvoorziening. Doordat er veel minder mensen waren, moest een deel van de akkergrond aan de natuur worden teruggegeven. Het vee dat daarop graasde leverde zoveel vlees op, dat ook armere mensen vlees gingen eten. Verder was er rogge en tarwe. Rogge in streken met arme grond en een gematigd klimaat, tarwe in gebieden met een vruchtbare bodem en wat meer zon. Het voedselpatroon van de middeleeuwer ziet er in deze tijd als volgt uit: het basisvoedsel is pap of een brij van erwten en knollen. Brood rukt op evenals vlees en vis. De kerk schreef voor dat er op een groot aantal dagen gevast moest worden en dat hield in dat ongeveer de helft van het jaar geen vlees op tafel kwam. In plaats daarvan werd veel vis gegeten, vooral in geconserveerde vorm zoals stokvis (gedroogde kabeljauw) en zoute haring. Ook eieren en kaas waren een alternatief voor de vleesloze dagen. De scheiding tussen wat er op tafel kwam bij de rijken en wat men at in eenvoudige huishoudens was groot. Hoewel er in de vijftiende eeuw ook bij eenvoudige mensen regelmatig vlees op tafel staat, betekent dat niet dat ze de beschikking hadden over de exotische specerijen waarmee in de kookboeken voor de rijken zo kwistig wordt gestrooid. Het luxe witbrood was ook alleen voor de welgestelden. Leuk is het ook om te weten, hoe het met onze onvolprezen aardappel is gegaan, uiteindelijk is dat in de loop van de tijd, ook een soort van famielielid geworden. De aardappel is vanuit Zuid-Amerika naar Europa gebracht door Spaanse ontdekkingsreizigers. Waarschijnlijk nam Diego de Amalya de eerste plant in 1536 mee uit Peru of Chili, waar deze aardappel bekend stond als chunu. De Inca's verbouwden de plant toen al honderden jaren. De aardappelplant groeide ook op grote hoogten in het Andesgebergte, waar veel andere planten niet meer konden groeien. Het waren monniken die ervoor zorgden dat de aardappel vanuit Spanje zijn weg vond naar de andere Europese landen. Zij pootten de plant in hun kloostertuinen. De boeren wilden aanvankelijk niets van de plant weten. Omdat de stengels en bessen giftig zijn, dachten ze dat de knollen ook ongezond zouden zijn. Pas in 1727 werd de aardappel, voor het eerst in Friesland, als voedsel erkend, terwijl de aardappel al sinds de Tachtigjarige Oorlog in de Leidse Hortus stond en sinds 1640 in Groningen en sinds 1689 in Amsterdam. Carolus Clusius plantte in 1588 in Mechelen voor het eerst aardappelen in de tuin van Pitsemburg. In 1601 verhaalt hij over de voortplanting van de aardappel door zaad. Het bleek dat uit zaad afkomstig van een paarsbloeiende plant ook witbloeiende planten opgroeiden. Er zijn dus waarschijnlijk door selectie al vroeg verschillende rassen in Europa ontstaan. Zo kruiste Petrus Hondius (geboren in 1578 te Vlissingen en overleden in augustus 1621 te Terneuzen) in Nederland al aardappelen met elkaar. Door virusinfectie 'verouderden' de rassen echter snel en werd regelmatig teruggegrepen op zaad. |
Histolog loginHeb je nog geen Histolog? Klik op de knop om er een te openen.
Onderwerpen
Nieuwste Histologs
Laatst gewijzigde Histologs
|
|