Vijf eeuwen NelemanOf het zo heeft moeten zijn, is moeilijk te zeggen, maar in de vijf eeuwen vanaf Wouter Neele tot in onze tijd is maatschappelijk een lijn of ontwikkeling te zien, die misschien wel kenmerkend is voor de manier waarop we nu leven en met elkaar omgaan. Verwonderlijk is dat natuurlijk niet, want de geschiedenis is nu eenmaal een proces van gebeurtenissen, die allemaal weer hun oorsprong vinden in een gebeurtenis daarvoor. Het aardige echter is, om te proberen zo'n proces op een of andere manier zichtbaar te maken.
In 1555 droeg Karel V de macht over aan Philips II. Karel regeerde met harde hand, onderhield nauwe banden met de paus in Rome en zag er op toe, dat in zijn rijk het katholieke geloof, de leer van Rome en niets anders beleden werd. Wie wat anders predikte was een ketter en werd genadeloos vervolgd. Met Luther, Zwingli, Calvijn e.a. kwam de twijfel over wat nu wel of wat niet de waarheid was. In het noord-westelijk deel van Karel's rijk vonden de nieuwe en afwijkende ideeën een vruchtbare grond en men ging zich verzetten tegen datgene wat uit Rome kwam. Een belangrijke opmerking hierbij is, dat het verzet wat langzamerhand ontstond niet zo zeer tegen Karel V en later Philips II gericht was en het recht waarop zij zich baseerden om de macht uit te oefenen, maar meer tegen het feit, dat men niet denken en geloven kon wat men zelf wilde. Met andere woorden, het volk had op dat moment weinig behoefte om de Spaanse vorst(en) te verdrijven (revolutie), doch eerder was het een soort van opstandigheid om de heersers ervan te overtuigen, dat het zaaien van dood en verderf omwille van één geloof in het gehele rijk, niet de juiste manier van regeren was. De authoriteit van de koning was niet in het geding, maar het gezag dat hij daarmee uitoefende. Mischien een bewijs voor deze stelling is de aanbieding van het eerste smeekschrift aan de landvoogdes Margaretha van Parma in 1566, door tweehonderd ongewapende edelen (hier wordt de naam "Geuzen" voor de eerste keer gebruikt), verenigd in het Eedverbond der Edelen onder leiding van Hendrik van Brederode, om op een vreedzame wijze de plakkaten en de inquisitie te verzachten. Het is moeilijk om dit feit als een oorlogsverklaring, dus revolutie, te zien. Margaretha reageerde hierop min of meer positief, door het schrift aan Philips II voor te leggen en het regiem van de inquisitie alvast een veel milder aanzien te geven. Het geheel werkte echter catastrofaal uit. De calvinistische stroming in de Nederlanden vatte het handelen van Margaretha als een erkenning op en manifesteerde zich vanaf dat moment openlijk. De hagepreken waren daar een voorbeeld van, maar ook de veel geweldadiger beeldenstormen. In het zelfde jaar trad er een kentering op. Filips II verwierp zonder meer het smeekschrift en wilde wraak nemen op de calvinisten Hij zond als maatregel Fernando Álvarez de Toledo, Hertog van Alva naar de Nederlanden. Deze loste Margaretha van Parma af en voerde meteen de drie opdrachten van Filips uit, namelijk de opstandelingen straffen, ervoor zorgen dat alleen het katholieke geloof in de Nederlanden beleden zou worden en het bestuur centraliseren. In de praktijk kwam dit echter neer op het meedogenloos bestraffen van de beeldenstormers. In dit kader vond bijvoorbeeld op 13 maart 1567 bij Antwerpen de Slag van Oosterweel plaats. Philips van Lannoy, aan de kant van Philips II, versloeg in deze slag een leger van Geuzen onder leiding van Jan van Marnix. De gevangen genomen Geuzen werden niet als gevangenen maar als rebelse opstandelingen beschouwd. Ze werden allen gedood en kwamen om op het rad of aan de galg. Willem van Oranje was ook o.a. burggraaf van Antwerpen en in die hoedanigheid verbood hij de Antwerpenaren om vanuit de stad de Geuzen in de strijd bij Overweel te hulp te komen. Dit handelen van Willem kan wellicht gezien worden als een politieke inschatting van de situatie. Hiermee zou hij Philips II hebben kunnen overtuigen, dat hij nog altijd aan zijn kant stond en dat hij de aangewezen man was, om voor Philips II de Nederlanden te besturen. Immers, als kenner van de regionale omstandigheden, wist hij dat het zeer van de bevolking niet zijn oorsprong vond bij de heerschappij van een Spaanse koning, maar bij de uitwassen die zijn uitgevaardigde wetten met zich meebrachten. In de denkwereld van Willem van Oranje was, bij een eventueel aanbod van Philips om voor hem de Nederlanden te besturen, met goed onderhandelen zeker een model te vinden, waarbij de beide vormen van geloof recht gedaan werd. Willem van Oranje was op dat moment nog steeds een goed katholiek (in 1573 liep hij pas over naar de reformatie), maar het is ook bekend, dat hij sympathiek stond tegenover het vrijzinnig denken van Erasmus. Toen gebeurde echter wat Willem van Oranje nooit verwacht zal hebben. Op 16 december 1567 viel in de Raad van Beroerten het besluit om ook hem voor de beeldenstormen verantwoordelijk te stellen en de prins derhalve te vervolgen. De dagvaarding werd al in januari 1568 openbaar gemaakt. Al zijn bezittingen in de Nederlanden werden verbeurd verklaard. De prins begon daarop vanuit de Dillenburg in Duitsland met het aanwerven van troepen en nam de wapens op tegen de hertog van Alva. Willem van Oranje rechtvaardigde zijn verzet tegen de koning en weersprak de beschuldiging en veroordeling door de Raad van Beroerten. Uit de voorafgaande alinea's over de eerste van vijf eeuwen familie Neleman zijn natuurlijk tal van conclusies te trekken. Kunnen we echter, maatschappelijk gezien, een lijn of ontwikkeling ontdekken, die doorgetrokken kan worden naar de 21ste eeuw? Heel voorzichtig mischien kan gesteld worden, dat het "gezagsgetrouwe authoriteitsdenken" op de helling stond en men behoefte had aan een meer genuanceerdere vorm van bestuur, waarin het individu meer vrijheid van handelen en denken had. Vooral het deel van de bevolking, dat de reformatie van Calvijn aanhing verzette zich steeds meer en eiste vrijheid voor hun visie op en hun beleving van het geloof. Daarbij verklaarden ze echter steeds weer, dat de heerschappij van Philips II niet in het geding was en wat hun betrof zou het katholicisme geen strobreed in de weg gelegd worden voor de mensen, die zich daaraan conformeerden. Toch stonden de gereformeerden vooraan, toen in augustus 1566 in Steenvoorde het geweld losbrak en de eerste katholieke kerk het te ontgelden kreeg. Het zat bij het volk waarschijnlijk toch veel dieper dan Philips II en ook Willem van Oranje vermoedden. Met een beetje fantasie kunnen we de laatste vijf eeuwen de moderne tijd noemen. We zijn op een punt aangekomen, dat begrippen als "gezag" en "authoriteit" ter discussie staan en niet meer vanzelfsprekend zijn; de maatschappij veranderde. |
Histolog loginHeb je nog geen Histolog? Klik op de knop om er een te openen.
Onderwerpen
Nieuwste Histologs
Laatst gewijzigde Histologs
|
|