Het onderzoek van L.A.G.A. Voermans


Een arts uit Leiderdop, L.A.G.A. Voermans, schreef in 1982 het boek "Het Rotterdamse geslacht Neleman", een genealogisch en historisch overzicht vanaf ongeveer 1650. Bij het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag, (www.cbg.nl), ligt het voor belangstellenden ter inzage. Daarin schrijft Voermans o.a. over de Nelemannen:

In de Franse episode van de "Dertig jarige oorlog" werd, in 1643 Cornelis geboren en hij was, in het midden van de Nederlandse "Gouden Eeuwe", de oudste van de Nelemannen-tak.

Het is jammer dat andere onderzoekers, o.a. Albert Palsgraaf en Bea Moedt, deze datum en deze Cornelis nooit hebben kunnen vinden. In de betreffende periode komen zij terecht bij Cornelis Woutersz Neele, die in 1610 in Bergambacht werd geboren. De lijn die zij uitzetten gaat dan van deze Cornelis uit 1610 naar een Wouter Cornelisz, die van 1673 tot 1733 leefde.

Een aanknopingspunt zou kunnen zijn, dat er ergens tussen de Cornelis uit 1610 en zijn vader Wouter Cornelisz (Neele) mogelijk een hiaat zit, omdat volgens de onderzoekers de genoemde vader van 1558 tot 1654 geleefd zou hebben. Dit betekent een leeftijd van 96 jaar en in die tijd is dat, ofschoon niet onmogelijk, wel uiterst twijfelachtig.

Wanneer Voermans inderdaad met het jaar 1643 voor een Cornelis op het juiste spoor zit, dan moet er tussen deze datum en het geboortejaar 1558 van Wouter Cornelisz (Neele) nog minstens een aantal generaties zitten, die nog niet gevonden zijn. Tenminste wanneer we, door verder terug te gaan vanaf de Cornelis uit 1643, niet ergens anders terecht zullen komen dan bij Wouter Cornelisz (Neele) uit 1510, de verst bekende?

Voermans vermeldt in een kanttekening, dat zijn Cornelis uit 1643 zich ook Cornelis Claessen noemde, waaruit opgemaakt kan worden, dat zijn vader Claes heette. Op deze manier komen ook andere namen in beeld zoals Claes Adriaensz en Gijsbert Adriaensz Neeleman met nakomelingen die zich Elemans noemen. Er is ook een Adriaen, die getuige is in 1623 bij de doop van Anneke, dochter van Matthijs Claesse Neelemans.

Voermans verder:

Wat we van een van zijn kinderen, Wouter Cornelisz (1673), weten is dat hij rond 1700 pogingen deed om Adriaantje, een dochter van Jan van Wijngaarden, tot de zijne te maken. Hun wederzijdse verklaring van huwelijkstrouw werd op 15 september 1702 in Bergambacht bekrachtigd.

In deze streek van de Krimpenerwaard, temidden van monumentale herenboerderijen zoals de hoeve "Tuschenlaenen" uit 1661 en de uit ijsselsteen opgetrokken "Bouwlust" uit 1671 zijn zij niet gebleven; zij nerstelden zich, noordelijk van "de Waard" aan de Hollandse IJssel in Haastrecht, waar zij een gezin met twee zoons en twee dochters vormden.


Albert Palsgraaf telt echter in dit verband niet minder dan 16 kinderen, in tegenstelling tot Bea Moedt, die niet verder dan 2 komt. Voermans vervolgt over Wouter Cornelisz (1673) en Adriaantje van Wijngaarden:

Hun eerstgeborene, Cornelis Woutersz, werd aldaar gedoopt op 11 maart 1703 en toen hij 29 jaar was trouwde hij in zijn geboorteplaats, waar de Hervormde kerk een toren met carillon heeft, op 10 juni 1732 met Maria Samuel de Vinck, wier voorouders, - die de Vynck heetten-, vermoedelijk van verre Vlaamse afkomst waren. Uit hun huwelijk werden zes zoons en vijf dochters geboren, waar alleen Maarten Cornelisz en zijn broer Pieter worden hier vermeld.

In het onderwerp "Verwarring" heb ik al geprobeerd helder te krijgen, om welke Cornelis Woutersz het gaat op dat moment. Drie jaartallen worden er door Bea Moedt en Albert Palsgraaf genoemd, t.w. 1703, 1713 en 1717. Aangezien Voermans, net als Bea Moedt, het op 1703 houdt, kunnen we misschien het criterium van "de meeste stemmen gelden" aanhouden, of ze zouden het van elkaar overgenomen moeten hebben?

Nu Voermans weer:

Maarten werd, eveneens in Haastrecht, op 21 juli 1743 gedoopt en hij trouwde er, ruim 25 jaar later, op 18 januari 1769, met Annigje Huijsman. Zij verhuisden naar Rotterdam, waar hij op bijna 70 jarige leeftijd nog getuige was bij de geboorte van zijn broers kleinzoon Pieter. Hij was watermolenaar en dat kan je eigenlijk alleen maar worden door jarenlange ervaring. Dit beroep met zijn vele "kneepjes" werd geleerd van vader op zoon en het "besturen" van een watermolen was dan ook vaak een familietraditie. Tenmidden van polders, dijken en wuivend riet, niet weg te denken uit het Hollandse landschap, waren en zijn nog steeds de molens verantwoordelijk voor een belangrijk stuk waterstaatkundige geschiedenis van ons land en zonder hen zou de lage helft ervan niet kunnen bestaan. De oudste dateren uit het begin van de 14 eeuw en na 1450 kwamen ze al in grote delen van Zuid-Holland voor. Bij een geboorte of huwelijk werden de wieken met vlaggetjes versierd en in de "vreugdestand" gezet, zo zal dat ook in Rotterdam gegaan zijn.

Even ter verduidelijking; Maarten (1743) en Pieter (1750) zijn zonen van Cornelis Woutersz (1703) en Maria Samuel de Vinck. De genoemde kleinzoon van broer Pieter is de Pieter uit 1812. Omdat in deze tijdsperiodes over molenaars en watermolenaars wordt gesproken, zal hier waarschijnlijk naar de oorsprong van de naam "Neleman" gezocht moeten worden. Dat er verder terug in de tijd sprake is van o.a. de naam of bijnaam "Neele" zou op een toevalligheid kunnen duiden.

In dit verband vraagt Voermans zich in een kanttekening af, of "Neel" een roepnaam afkomstig van "Cornelis" was, of een familienaam van Normandische oorsprong. Heel mooi zou het zijn, als datgene wat Johan Sporschil in de vertaling "Geschiedenis der Kruistogten" schreef over ene "Jan van Neele" die in 1202 naar het Heilige Land trok, ergens kortgesloten zou kunnen worden met onze Wouter Cornelisz (Neele) uit 1510. Alleen er zullen dan drie eeuwen overbrugd moeten worden!

Het woord verder aan Voermans:

In de omgeving van Bergambacht, aan de Lek, was door heer Arend van Arkel omstreeks 1300 een jachtslot gesticht, 's-Heer Aertsberg en het was hier dat Pieter Cornelisz geboren werd. Hij werd in Haastrecht gedoopt, op 26 juli 1750, en hij zou, daar we van hun weten dat hij in Berkel op 6 april 1818 overleed, 68 jaar worden. Meer dan 40 jaar was hij getrouwd geweest met een dochter van Bastiaan Uijthol, die in 1777 gewoond zal hebben in Waddinxveen, waar het huwelijk tussen Pieter en Antje op 23 februari van dat jaar voltrokken werd. De bruid, geboren in Waarder, op 20 november 1757, was bijna 7 jaar jonger en telde 19 lentes toen zij haar ja-woord gaf. Maar toen zijn in haar 60e jaar weduwe werd had zij van Pieter zeven dochters en vijf zoons, onder wie Cornelis en Jan, die beiden in Berkel geboren werden.

Over deze Pieter uit 1750 heb ik een onderwerp gemaakt, omdat deze verwant min of meer de schakel is tussen onze moderne tijd en alles wat daarvoor gebeurd is.

Zonder verder commentaar, de bevindingen van Voermans:

Cornelis, die naar zijn grootvader vernoemd werd, kwam er op 29 december 1782 ter wereld, de geboortedatum van zijn 13 jaar jongere broer Jan was 8 april 1796 en beiden werden watermolenaar. Cornelis trouwde, toen hij 28 jaar was, op 2 december 1810, met zijn dorpsgenote Cornelia Hazebroek, geboren 29 juli 1787 en dus 23 jaar oud. Kennelijk trok de molen in Rotterdam - Kralingen hen meer dan die uit Berkel - Rodenrijs, want ook zij verhuisden naar de Maasstad. Of zij toen wisten dat de 3x4 ruiten in het zeer oude wapen van hun geboortedorp ontleend waren aan het wapen van de Heren van Cralingen, die voor Arend van Egmond de heerljkheid bezaten, is mij niet bekend, maar hoe het ook zij, Cornelis trok naar Kralingen "keerde de molen naar de wind" en stichtte er tevens een Bouwbedrijf. Zoals al vermeld werd was "Oom Maarten" aldaar op 21 november 1843 getuige bij de geboorte van Pieter, de eerste ons bekende "echte" Rotterdammer in de familie Neeleman. De "Burgelijke Stand" stond nog in zijn kinderschoenen en in de geboorte-acte, opgemaakt "In het jaar Eenduizend Agt honderddertien den twee en twintigsten November …. Enz", vergiste zich de "gecommiteerde tot het waarnemen van den civiele staat der stad Rotterdam" door in de slotzin de getuigen te laten tekenen voor het "overlijden" van Pieter in plaats van zijn geboorte; een fout, die pas drie generaties later ontdekt werd. Wie wel overleed, 20 jaar later, was Pieter's grootmoeder Antje, op 29 januari 1834, in Pijnacker, het oude "domeingoed" van het Bourgondische Huis. Op 8 november 1839 trouwde Pieter, in Kralingen, met de toen 19 jarige Marie Tienhoven, die als dochter van Johannes en van Maria van 't Hart, op 18 maart 1820 op de Goudschenweg in Rotterdam geboren was. Uit de aantekeningen die Maria's broer Cornelis, onderwijzer te Rotterdam en wonende aan de Hoogstraat, over de familie TienHoven maakte is bewaard gebleven dat hun vader Johannes op 22 juni 1786 te Oudewater, - waar ruim twee eeuwen tevoren de wieg van Arnuinius, voorganger der remonstranten gestaan had-, werd geboren als zoon van Bastiaan en van Pieternella Plazier. Na een kort huwelijk met Cornelia Snelleman, die jong en kinderloos overleed, trouwde hij voor de tweedemaal, in Rotterdam op 14 december 1806 met de aldaar, - op 9 januari 1785-, geboren dochter, - Maria-, van Cornelis van 't Hart (geb. Te Rotterdam op 15 october 1754) en Elisabeth Vermeer (eveneens geb. Te Rotterdam, op 8 april 1753).

Maria Tienhoven's grootouders: Willem van 't Hart (geb. Te Rotterdam, 16 februari 1723), die te Cool op 5 januari 1746 gehuwd was met Dirkje Kleijweg (geb. te Ridderkerk, 19 april 1727) en Pieter Vermeer (geb. te Hillegersberg, 8 mei 1725, eveneens te Cool, - op 19 november 1744-, gehuwd met Maria van Leeuwen (geb. te Blommersdijk, 16 juni 1726), woonden rond 1750 al in Rotterdam en haar over-grootouders van vaders kant, Heijndrik van 't Hart en Cornelia van Tol waren er getrouwd op 22 october 1720, dus bijna 100 jaar voordat zij geborden werd. Bij het huwelijk van Pieter die blijkens de trouwacte in het bedrijf van zijn vader werkte, en Maria die dus al van oudsher tot een Rotterdamse familie behoorde, werd voor het eerst in de geschiedenis van de familie Neeleman de naam, - en dat nog wel door zijn vader Cornelis-, geschreven als Neleman. Eerder, n.l. bij Pieters geboorte, had hij nog met de oude naam getekend. En later werden de namen door elkaar gebruikt, alsof die ene "e" er niet toe deed.

Twee zoons en zes dochters werden er geboren en nadat Pieter kort voor zijn 40 jaar overleden was, hertrouwde de toen 34-jarige weduwe met zijn neef Maarten, de op 3 januari 1831 in Berkel geboren zoon van "Oom Jan", de watermolenaar. In dit tweede huwelijk dat in Rotterdam op 21 december 1854 werd gesloten, kreeg Maria van haar 11 jongere echtgenoot nog twee dochters. Cornelis Neeleman of, zoals hij ook wel schreef, Neleman overleed in S-Gravenhage op 28 october 1856, 8 jaar later, - in 1865-, werd op 20 october Maria's tweede schoonvader Jan ten grave gedragen. Maarten zou in leven blijven tot 16 april 1905 en is evenals zijn vrouw Maria Tienhoven in Rotterdam begraven.

Pieter en Maria hadden twee zoons, Johannes en Cornelis. Deze laatste, die natuurlijk ook in Rotterdam geboren werd, - op 6 augustus 1851-, trouwde er op 22 december 1880 met Henrica Catharina Overgaauw, maar voor het doel dat wij ons stelden, het vervaardigen van een parenteelstaat van Johannes' oudste zoon Pieter, zou het memoreren van alle nakomelingen van Cornelis te ver voeren.

Laten we ons dus beperken tot Johannes, die op 5 november 1841 Rotterdammer werd en voorbereid was om te trouwen met Geertruida Sanders, de op 17 juni 1842 in Schiedam geboren dochter dan Jan, die eveneens in Schiedam, - op 18 januari 1804-, geboren was en aldaar, -op 26 october 1826-, gehuwd met Catharina van Diggelen, geboren te Schiedam op 10 april 1808. Geertruida's kwartieren, waarin behalve "Sander" en "van Diggelen" ook namen voorkomen als "Blauwvoet, van Tol, den Arend, van der Put, Pot, Droogenhoude, Uijtermeer, van Beeck en van Roeijen" zijn, evenals die van Johannes Neeleman, terug te voeren tot circa 1650. Haar grootouders woonden, na 1750, alle vier in Schiedam. Johannes bezat in Kralingen, aan de Bosweg 251 een boerderij, die zo schilderachtig aan de plassen gelegen was, dat hij vele malen vereeuwigd werd, o.a. door de Rotterdamse schilder Kruithof. Het was in deze omgeving dat, onder trouwbeloften, op 10 september 1863 Pieter geboren werd. Aangezien zijn vader Johannes moest voldoen aan de Wet op de Nationale Militie, die hem in die tijd niet toestond om te trouwen werd het huwelijk, ook al omdat de ambtelijke molens langzamer draaiden dan die van zijn voorouders, uitgesteld tot de Commandant van het regiment veldartillerie toestemming verleend had. De trouw-acte van Johannes en Geertruida is dan ook in Schiedam gepasseerd, 31 mei 1865, met als getuigen: Maarten, zijn stiefvader en Leendert van Zanten, zijn zwager. De uitbreiding van het gezin Neleman, waarvan de naam nu steeds met een enkele "e" in de stam "Neel" geschreven werd, liet niet lang op zich wachten. Twee zonen, Jan-Johannes en Johannes, met thans meer dan honderd nakomelingen. Twee zonen bleven kinderloos: Bertus, die gehuwd was met Wilhelmina Horn en Maarten, die jong overleed. Van de vier dochters is ons bekend dat zij allen te Rotterdam trouwden

Plaats een reactie Stuur door

 Reacties op dit artikel

h.schliessler schreef op:
2011-04-25 22:06:32
Goedendag, n.a.v. uw recensie vraag ik het volgende aan ik heb in het bezit van een olieverfschilderij van C.P. Snijders van boerderij Nelemans Kralingsche Plas, gemaakt in 1934 65x66 inclusief lijst; is U bekend of zulks de door U geentameerde boerderij kan zijn?, wel bedankt voor een reactie

Histolog login

Gebruikersnaam
Wachtwoord
 

Login vergeten? Geef hier je emailadres in.
 

Heb je nog geen Histolog? Klik op de knop om er een te openen.

Onderwerpen

  • Van Geertruida (1895) terug naar Wouter (1510).
  • De familie in de loop der tijd.
  • Pieter Cornelisz Neeleman (1750).
  • Verwarring.
  • Mysterie.
  • Voorvaders in de zestiende eeuw.
  • Losse eindjes hier en daar.