Contact met de Histologeigenaar
Histolog Home > Neleman

Histolog van de familie Neleman

Ga voor bijzonderheden naar de rubriek "ONDERWERPEN" in de rechter kolom.

Vaders kant.

Het verhaal begint bij Geertruida en haar nakomelingen in de 20ste eeuw. Geertruida had 2 kinderen, Gijsbertha (1916) en Leendert (1918-1992). Deze Leendert had ook weer 2 kinderen, Jacoba Zwaantje (28-2-1945) en Leendert (25-9-1940), dat ben ik dus. De laatste Leendert heeft 1 dochter, Corine (10-2-1968), die op haar beurt weer 3 dochters heeft, t.w. Roos (28-1-2000), Fee (8-8-2001) en Siene (24-7-2005).

Leendert (1918) was, op z'n zachtst gezegd, niet bijzonder populair. Mijn moeder liet zich in de jaren vijftig dan ook van hem scheiden. Het onderstaande gedicht schreef ik in het boekje D'Oude Hond.

FIETS.

Het is wel lang geleden,
Ik was zo'n vijftien jaar.
Werken, dat vond mijn vader,
Is vervelend en ook nog zwaar.
Beter gezegd, alles wat hij doen moest,
Dat vond hij vervelend en helemaal niets.

Of hij nog gezwaaid heeft,
Kan ik mij niet herinneren.
Ach, mijn zus en ik,
We waren nog maar kinderen.
Daar ging hij dan, voor altijd;
Maar wel op mijn eerste nieuwe fiets.

Het was veertig jaar later,
Toen dit weer bovenkwam.
Er belde iemand
Van de sociale dienst in Rotterdam.
Of ik misschien nog de papieren
Met betrekking tot z'n dood en erfenis wilde lezen.

Natuurlijk, zei hij,
Is er helemaal niets te halen.
U zou wellicht nog wat
Voor de begrafenis kunnen betalen.
En ik zei, laat u maar lekker zitten,
Van mijn fiets, zal toch ook wel niets meer over wezen.

In hetzelfde boekje D'Oude Hond staat een verhaal over oma Geertruida (1895), met de titel "Trui".

Dat was een lieve oma met een geheim. Ze was niet getrouwd en had toch twee kinderen. De naam Neleman is de meisjesnaam van oma. Ik heb haar gekend tot ongeveer mijn veertiende jaar, toen pa er met mijn nieuwe fiets vandoor ging (zie het gedicht hiervoor) en mijn moeder aan verder kontakt met de schoonfamilie geen behoefte meer had.

Ze woonde bij mijn tante Bep en ome Wim en tijdens het bombardement op Rotterdam ging hun huis in Kralingen in vlammen op. Het gezin verhuisde naar Haarlem, waar ome Wim een baan kreeg bij Fokker, hetgeen erop duidt, dat de man op z'n minst een aanhanger van de NSB was. Vlak na de oorlog ben ik daar nog eens als kleine jongen een weekje uit logeren geweest. Oma heeft mij toen geleerd hoe je in Zandvoort aan het strand op garnalen kon vissen en hoe je in de duinen bij Kraantjelek bramen moest zoeken.

Van haar is mij ook altijd bijgebleven, dat buiten de dingen die mijn zus en ik van mijn moeder op Sinterklaasavond en op verjaardagen kregen, alle andere kadootjes altijd en alleen van oma Neleman kwamen. Eerlijkheidshalve moet ik hierbij zeggen, dat toen ik mijn negende verjaardag vierde, ik ook eens een paar voetbalschoenen van het merk Goliath van tante Sien kreeg.

Later, diep in de jaren zeventig, heb ik haar nog eens opgezocht. Ze woonde nog steeds bij tante Bep en ome Wim, maar ze waren van de Korte Kade naar Capelle verhuisd. Ondanks dat ze toen al dik zeventig was, vertelde ze trots, dat ze nog altijd een keer per week de Kralingse Plas in de rondte wandelde. Ook vertelde zij, dat na het hierboven aangehaalde voorval van de fiets en de verdwijning van mijn vader, zij eveneens nooit meer wat van hem gehoord heeft.

Wat ik niet vergeten moet te vermelden, is het middel van oma tegen, wat wielrenners furonkels noemen ofwel, steenpuisten. Je maakt ter bestrijding daarvan, zoals ze dat zelf noemde, een broodpappie. Neem een witte boterham. Snij daarvan de korsten af. Giet over de boterham heet water. Zoveel, dat de boterham nog net niet uiteen valt. Leg de boterham zo warm mogelijk op de puist en doe er dan verband of een zwachtel omheen. Na een nacht slapen, is al het vuil uit het onding verdwenen.

Het geheim echter van de twee kinderen en geen man, heeft ze meegenomen. Ook bij de burgelijke stand in Rotterdam, heb ik nooit kunnen achterhalen, hoe mijn achternaam werkelijk had moeten zijn, dus laten we het maar op Neleman houden.

Moeders kant.

Op zoek naar verre verwanten, volgde ik natuurlijk de mannelijke lijn, vandaar, dat ik maar heel weinig kan melden over mijn moeders kant. Zij had de familienaam Smits-Schouten en hieronder alles wat ik daarvan weet.

De familie van moeders kant, was een vreemde familie. Hoe ze met elkaar omgingen, heb ik nooit zo goed begrepen. In ieder geval waren het mensen, die niet echt van elkaar hielden. De vooroorlogse armoede, het grote gezin, de bekrompen behuizing en opoe en opa, die een flinke slok lustten, zullen daarvan waarschijnlijk de oorzaak zijn geweest.

Om met de jongste uit het gezin van negen kinderen te beginnen, dat was Jan. Getrouwd met Sjaantje en had twee kinderen, Martin en Marjo. Jan heeft toen hij wat ouder werd, nog een poging gedaan om de familiebanden tussen de diverse broers en zusters wat aan te halen, maar verder dan het bijwonen van verjaardagen, door enkelen van hen is hij nooit gekomen. Sjaantje was een lieve tante, die helemaal niet in de familie paste.

Cas was getrouwd met Jaap. Officieus dan wel, want toen de twee elkaar eind jaren veertig in Indië leerden kennen, was het toch wel iets bijzonders. Bij terugkomst in Nederland verklaarden ze gewoon, dat ze van elkaar hielden en dat ze samen gingen wonen. Ik was nog een kleine jongen en voor mij was het geen onderwerp van gesprek. Ook later waren Cas en Jaap zo gewoon voor mij, dat het toen ook nooit onderwerp van gesprek is geworden. Als je je realiseert, dat in het jaar 2001 het homo-huwelijk pas een plek in de maatschappij kreeg en dan alleen nog maar in Nederland, dan moeten Cas en Jaap toen toch echt moedig geweest zijn!

De volgende in de rij, dat is Jacoba. Geboren in 1920 en gestorven in 1988. Eerst getrouwd met Leendert Neleman, waar ik het gedicht van de fiets aan gewijd heb en na een scheiding in de jaren vijftig getrouwd met ene Jo Geelen, waar Cobi mijn zus en ik in het geheel niet mee overweg konden.

Dan komt Sien, liefste zus en beste vriendin van mijn moeder. Twee dochters, Leni en Ria en getrouwd met Dirk van Kesteren. Dirk was de visboer op Kralingen en naar eigen zeggen, soms wel eens drie keer per dag dronken. Als je hem wilde spreken, kon dat alleen aan de viskar of in de kroeg. In Rozenburg hebben we weleens een zwerfkat aan de achterdeur gehad, waarover iemand eens vroeg waarom hij, de voor een kat zo vreemde naam, "Dirk van Kesteren" had. Dat komt, legde ik uit, omdat hij alleen maar thuis komt om te vreten en te slapen. Dat had ik dan weer van mijn tante Sien.

Dan Aad, getrouwd met Cor en vijf kinderen, Gerrit, Nel, Rietje, Aad en Adrie. Van Aad kan ik mij alleen maar herinneren, dat hij ergens rond 1958 in de Maastunnel met de motor, een Ariël, verongelukte onderweg van zijn werk, in de haven, naar huis.

De volgende is Sjaan, niet te verwarren met Sjaantje die getrouwd was met Jan. Sjaan was getrouwd met Piet de Vrij en ze hadden één zoon, Pietje. Het enige wat ik van deze familie weet, is dat Pietje toen hij een kleine jongen was, de letter "k" niet kon uitspreken, daar maakte hij een "t" van. Opa schepte er dan het grootste genoegen in om hem een bekend liedje in die dagen te laten zingen, dat begon met de woorden: "In een cafetaria, op een hoge kruk". Dat was de humor van opa.

Verder naar boven krijgen we Tonia, getrouwd met Freek Duinhouwer en twee kinderen, Leen en Johnny. Tante Toon, kwam op latere leeftijd nog wel eens op de verjaardag van mijn moeder, maar meer kan ik met de beste wil van de wereld, niet van haar vertellen.

Nog minder kan ik zeggen van Gerrit. Ik weet niet hoe zijn vrouw heette, het zou wel eens Annie kunnen zijn. Hij had drie kinderen voor zover ik weet, Gerrit, Nellie(?) en Cockie. Wat ik mij nog kan herinneren is dat ome Gerrit een fan was van de Kilima Hawaiians, die in 1950 een tophit hadden in Nederland met: "Er hangt een paardehoofdstel aan de muur", waarvan ze de muziek gepikt hadden van W.C.Handy, die eens Loveless Love Blues schreef.

Komen we bij de laatste Marie, getrouwd met Kees Vogel en twee kinderen, Tannie en Gerrit. Kees met hart en ziel lid van de SDAP, danste met zijn Marie op de Veluwe rond de Meiboom, voedde zijn kinderen op via de AJC en reed veertig jaar met een kar van de Co-operatie door Kralingen, om brood aan huis te bezorgen.

Aan het hoofd van dit negental stond Opoe, aartslui en vet als bagger. Haar liefste hobby was aan tafel te slapen, haar hoofd steunend in één hand en de elleboog op tafel geplaatst. Kon ze uren volhouden. Hier favoriete en tevens standaardgrap was, om aan de kleinkinderen, die op visite waren, te vragen om aan haar vinger te trekken. De verrassing was dan, dat ze op een enorme scheet vergast werden.

Opa was ook geen plezierige man. Ik ken de man natuurlijk ook alleen maar uit z'n slechte periode, toen hij leed aan bronchitus en asthma en de tol moest betalen voor de vele liters jenever, die hij toen verwerkt had. Twee versjes van opa, die ik nog ken, waarvan het eerste op wijs gaat van "South of the border" en het tweede behandelt een mislukte zelfmoordpoging op de wijs van "In einer kleiner Konditorei".

South of the border, opa's versie.

Sien wast de borden
En Co droogt ze af.
Cas veegt de vloer aan
En ruimt de tafel af.
Moe gaat zitten slapen
En Pa leest de krant.
Tommie gaat madeloën,
Bij Jan aan de hand.

In einer kleiner Konditorei, opa's versie.

Ik ging naar zolder
Holder de bolder,
Sloeg er een draadnagel
Hoog in de muur.
Ik nam het springtouwtje
Van mijn zusje
Maakte een lusje,
Stevig en sekuur.
Toen ging ik hangen,
Een blos op m'n wangen,
Jongens, jongens,
Wat had ik het toen benauwd.
Ik riep om hulp
En kroop in mijn schulp,
Toen brak het touwtje,
Ik was bijna koud.

Histolog oproepen

De gebruiker van dit Histolog heeft nog geen inhoud toegevoegd.

Contact zoeken met Histologeigenaar

*) Verplichte velden
   
Je naam: 
Je e-mailadres: *)
Je vraag of opmerking: *)
 

Histolog login

Gebruikersnaam
Wachtwoord
 

Login vergeten? Geef hier je emailadres in.
 

Heb je nog geen Histolog? Klik op de knop om er een te openen.

Onderwerpen

  • Van Geertruida (1895) terug naar Wouter (1510).
  • De familie in de loop der tijd.
  • Pieter Cornelisz Neeleman (1750).
  • Verwarring.
  • Mysterie.
  • Voorvaders in de zestiende eeuw.
  • Losse eindjes hier en daar.