Nederland aan tafel
Het waren overigens alleen de hogere kringen die zich in de 16de en 17de eeuw druk maakten over tafeletiquette. Burgers en boeren aten nog tot in de 18de eeuw uit een gemeenschappelijke schotel en dronken uit één beker. Buitenlanders keken er van op dat Nederlandse mannen tijdens het eten hun hoed ophielden, en niet schroomden aan tafel te boeren, winden te laten, veel te drinken en te roken. In de loop van de 18de eeuw echter begon ook de burgerij zich te houden aan de tafelmanieren van de elite. Het werd mode te eten van een eigen bord, elke disgenoot een glas te geven en bij het eten een vork te gebruiken. De hand had als eetgerei afgedaan; het mes verloor zijn scherpe punt omdat vlees, eenmaal in stukjes gesneden, voortaan aan de vork kon worden geprikt. Langzamerhand kreeg de tafel een nieuw aanzien, zeker na de komst van het eetservies, met borden, soepborden, schalen, sauskommen, soepterrines en een aardappelschaal. De elite nam eind 18de eeuw bovendien afscheid van de overvloedige maaltijden als statussymbool. De burgerij daarentegen bleef een rijkvoorziene dis nog lange tijd beschouwen als een teken van welvaart.
Het gebed voor de maaltijd van Jan Steen (ca. 1663) toont de belangrijkste maaltijd van de dag, het noenmaal. Het gezin eet bonen en een schotel pastinaken en wortels. |
Romaanse stijl
Bisschop Bernulfus van Utrecht sticht vier nieuwe kerken. Ze vormen op de
plattegrond van de stad een kerkenkruis en zijn in Romaanse stijl
gebouwd.
Eten en drinkenGerelateerde artikelen
Relevante tijdvakken |
|