Invloed van de Verlichting
[klik voor vergroting]
De 18de eeuw is voor het onderwijs een belangrijke periode geweest.
Zo’n zes eeuwen lang hadden katholieke geestelijken en vervolgens
protestantse predikanten het onderwijs voor hun karretje kunnen
spannen.
Daar kwam nu verandering in. Kritische geesten begonnen vraagtekens te zetten achter de wijze waarop vooral het lager onderwijs was geregeld. Geïnspireerd door de Verlichting stelden ze dat het verstand - de rede of ratio - het belangrijkste bezit van de mens is en hem onderscheidt van de rest van de natuur. De rede is een bron van kennis; wie haar op de juiste wijze gebruikt kan goed en kwaad van elkaar onderscheiden en bijgevolg zelf beslissen wat hij moet doen of laten en wat van hem wordt verwacht. Daar was, anders gezegd, geen pastoor, dominee of Bijbel voor nodig. Helaas was bij velen het verstand verduisterd en onderontwikkeld waardoor zij, in plaats van na te denken, klakkeloos opvolgen wat anderen hen vertelden. Goed onderwijs kon daar echter verandering in brengen. Het zou het verstand activeren en van domme, volgzame en bijgelovige mensen ontwikkelde, zelfstandige en rationeel denkende burgers maken. Een aantal verlichte filosofen zette zijn gedachten over een nieuw onderwijssysteem op papier. Onder hen de Engelsman John Locke en de Fransen Voltaire en Jean-Jacques Rousseau. Hun geschriften werden al snel in het Nederlands vertaald en stimuleerden velen het bestaande onderwijssysteem grondig te hervormen. |
Recessie in vroeger tijden
1750 -
Door de teruggang in de economie
komt er een einde aan de groei en
loopt de bevolking terug. Tussen 1650
en 1815 daalt het aantal inwoners van
Enkhuizen van 22.000 tot 6.000 en dat
van Leiden van 67.000 tot 27.000. De
bevolking van Haarlem zakt van
40.000 naar 17.400.
Scholen en onderwijsGerelateerde artikelen
Relevante tijdvakken |
|